Ga naar de inhoud

Nieuw box 3-stelsel aangenomen – werkelijkrendement belast vanaf 2028

De Tweede Kamer heeft ingestemd met het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement. Daarmee komt een einde aan het huidige systeem waarin belasting wordt geheven op basis van fictieve (forfaitaire) rendementen.

De invoering staat gepland voor 1 januari 2028 en vormt een van de grootste hervormingen van de inkomstenbelasting in jaren.

Waarom een nieuw box 3-stelsel nodig was

Het huidige box 3-systeem staat al langere tijd onder druk. De kern van het probleem is dat belastingplichtigen belasting betalen over een verondersteld rendement, ongeacht het werkelijke resultaat.

In de praktijk leidde dit tot situaties waarin:

  • spaarders belasting betaalden terwijl zij nauwelijks rente ontvingen;
  • beleggers belasting betaalden over rendement dat niet was gerealiseerd;
  • de belastingdruk losstond van de economische werkelijkheid.

Na meerdere procedures en rechterlijke uitspraken werd duidelijk dat het systeem juridisch kwetsbaar was. Het nieuwe stelsel moet deze problemen structureel oplossen.

Van forfaitair rendement naar werkelijk rendement

De belangrijkste verandering is dat box 3 voortaan uitgaat van het daadwerkelijke rendement dat iemand behaalt met zijn vermogen.

Dit betekent dat niet langer wordt gekeken naar fictieve percentages, maar naar:

  • ontvangen rente;
  • dividend;
  • waardestijgingen;
  • gerealiseerde winsten;
  • en daadwerkelijke verliezen.

Het uitgangspunt wordt daarmee: belasting betalen over wat je echt verdient met vermogen.

Hybride systeem: twee manieren van belasten

Het nieuwe stelsel gebruikt niet niet één uniforme methode, maar een combinatie van twee systemen.

1. Vermogensaanwasbelasting

Voor liquide en eenvoudig waardeerbare vermogensbestanddelen, zoals:

  • spaargeld;
  • beursgenoteerde aandelen;
  • obligaties en beleggingsfondsen.

Hier wordt jaarlijks belasting geheven over:

  • rente en dividend;
  • én waardeveranderingen, ook als deze nog niet zijn gerealiseerd.

Met andere woorden: koerswinsten tellen jaarlijks mee.

2. Vermogenswinstbelasting

Voor minder liquide bezittingen, zoals:

  • vastgoed;
  • start-ups en scale-ups;
  • niet-beursgenoteerde aandelen.

Hier vindt belastingheffing pas plaats bij verkoop of vervreemding.

De reden hiervoor is praktisch: bij deze bezittingen kan jaarlijkse belasting leiden tot

liquiditeitsproblemen, omdat er vaak geen cash beschikbaar is.

Waarom gekozen is voor een hybride model

Een uniforme methode voor alle vermogensbestanddelen bleek in de praktijk niet werkbaar.

Een volledig aanwasstelsel zou bij vastgoed en ondernemingsvermogen tot

liquiditeitsproblemen kunnen leiden. Tegelijkertijd zou een puur winststelsel bij

beursbeleggingen leiden tot uitstelgedrag en uitvoeringscomplexiteit.

Het hybride model probeert daarom een balans te vinden tussen:

  • fiscale rechtvaardigheid;
  • uitvoerbaarheid;
  • liquiditeitsbescherming;
  • en administratieve haalbaarheid.

Grote impact voor belastingplichtigen en adviseurs

Het nieuwe box 3-stelsel betekent een fundamentele verandering in de praktijk.

Meer administratie

Belastingplichtigen moeten beter bijhouden:

  • aankoopprijzen;
  • verkoopmomenten;
  • stortingen en onttrekkingen;
  • rendementen per vermogensbestanddeel.

De vooraf ingevulde aangifte zal niet alles automatisch kunnen verwerken.

Grotere rol voor gegevensaanlevering

Banken en brokers zullen meer gegevens aanleveren, maar niet alle informatie zal volledigvooraf ingevuld zijn.

Adviseurs krijgen daardoor een grotere rol bij:

  • reconstructie van rendement;
  • controle van gegevens;
  • fiscale optimalisatie.

Overgang naar 2028

Hoewel het nieuwe systeem is aangenomen, geldt:

  • het huidige overgangsstelsel blijft voorlopig bestaan;
  • de tegenbewijsregeling blijft relevant tot invoering;
  • belastingplichtigen moeten zich voorbereiden op nieuwe administratieve verplichtingen.

De periode tot 2028 wordt gezien als een overgangsfase waarin praktijk en wetgeving verder worden uitgewerkt.

Verwachting vanuit de praktijk

Veel fiscalisten rekenden al langere tijd op een systeem van werkelijk rendement. De politieke keuze sluit dus aan bij verwachtingen in de adviespraktijk.

Tegelijkertijd wordt benadrukt dat:

  • de complexiteit aanzienlijk toeneemt;
  • uitvoeringsvragen nog openstaan;
  • verdere regelgeving noodzakelijk is.

Het nieuwe stelsel lost juridische problemen op, maar introduceert nieuwe praktische uitdagingen.

Conclusie

De invoering van het box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement per 1 januari 2028 betekent een historische wijziging in de inkomstenbelasting.

De belangrijkste punten:

  • het forfaitaire rendement verdwijnt;
  • belasting wordt gebaseerd op werkelijke inkomsten en waardestijging;
  • een hybride systeem ontstaat:
    • vermogensaanwasbelasting voor liquide beleggingen;
    • vermogenswinstbelasting voor minder liquide vermogen;
  • administratieve verplichtingen nemen toe;
  • adviseurs krijgen een grotere rol in de aangiftepraktijk.

De richting is duidelijk: box 3 wordt juridisch eerlijker, maar praktisch complexer.