Ga naar de inhoud

Internationale belastingontwijking via structuren en emigratie

In de praktijk van internationale belastingstructuren wordt steeds vaker gebruikgemaakt van complexe verplaatsingsconstructies waarbij zowel natuurlijke personen als rechtspersonen van land wisselen. Een specifiek voorbeeld dat in dit verband is de zogenoemde drielandenpunt-constructie, waarbij zowel een aandeelhouder als een vennootschap emigreren, maar naar verschillende landen.

Deze constructies zijn ontworpen om (tijdelijk) buiten het bereik van nationale belastingstelsels te vallen, maar worden steeds vaker aangepakt op basis van feitelijke omstandigheden. De Belastingdienst kijkt nadrukkelijk naar de werkelijke leiding, woonplaats en economische realiteit van dergelijke opzetten.

Casus: aandeelhouder naar Zwitserland, bv naar Malta

Een concreet voorbeeld betreft een Nederlandse aandeelhouder van een bv die besluit te emigreren naar Zwitserland, terwijl de vennootschap zelf wordt verplaatst naar Malta.

Op papier is er sprake van dubbele emigratie:

  • De natuurlijke persoon is niet langer inwoner van Nederland.
  • De rechtspersoon heeft zijn statutaire zetel en bestuurders in Malta.

Doel van deze structuur is het vermijden van belastingheffing in Nederland, bijvoorbeeld over dividenduitkeringen of vervreemdingswinsten. Echter, in deze zaak kwam de Belastingdienst tot een ander oordeel:

De feitelijke leiding van de vennootschap bleef in Nederland.

De inspecteur baseerde zich op de volgende omstandigheden:

  • De vennootschap werd feitelijk nog steeds vanuit Nederland bestuurd.
  • Belangrijke beslissingen werden genomen in Nederland.
  • De aandeelhouder verbleef nog regelmatig in Nederland en had hier ook economische en sociale bindingen.

Gevolg: de vennootschap werd nog steeds als in Nederland gevestigd aangemerkt, met als resultaat dat Nederland het heffingsrecht behoudt over winsten en uitkeringen.

Wat is het drielandenpunt precies?

Het begrip drielandenpunt verwijst naar een structuur waarbij een natuurlijke persoon, diens vennootschap, en een eventueel tussenliggende houdster in drie verschillende jurisdicties zijn gevestigd. Het idee is dat door die verspreiding het moeilijk wordt voor een enkele belastingdienst om een volledig heffingsrecht te claimen.

Bijvoorbeeld:

  • De aandeelhouder woont in Zwitserland.
  • De houdstermaatschappij zit op Cyprus.
  • De werkmaatschappij is verplaatst naar Malta.

Dergelijke structuren proberen gebruik te maken van verschillen tussen belastingverdragen, belastingtarieven en vestigingsregels, met als doel dubbele niet-heffing of uitstel van belastingheffing.

Belang van feitelijke leiding en economische realiteit

De Belastingdienst kijkt bij dergelijke structuren door de formele vestiging heen en beoordeelt op basis van de feiten of de vennootschap daadwerkelijk in het buitenland wordt geleid. Als blijkt dat de beslissingen feitelijk in Nederland worden genomen, kan worden geconcludeerd dat de vennootschap nog steeds in Nederland is gevestigd.

De belastingheffing volgt dan niet de papieren werkelijkheid, maar de feitelijke situatie.

Deze aanpak is bevestigd in rechtspraak en wordt actief toegepast door de fiscus. Vooral bij kunstmatige structuren die puur zijn opgezet om belastingheffing te ontwijken, wordt strenger opgetreden.

Vereisten voor geldige emigratie van vennootschappen

Wil een vennootschap daadwerkelijk als buitenlands belastingplichtig worden aangemerkt, dan moet:

  • De feitelijke leiding (effective management) zich daadwerkelijk buiten Nederland bevinden.
  • Er moet een werkelijk functionerende bedrijfsstructuur zijn in het nieuwe land.
  • De bestuurders en besluitvorming moeten ook daadwerkelijk daar plaatsvinden.

Alleen het wijzigen van de statutaire zetel of het aanstellen van buitenlandse bestuurders op papier is niet voldoende.

Toegenomen aandacht en toezicht

De Belastingdienst richt zich steeds nadrukkelijker op deze internationale verplaatsingsstructuren. Er wordt meer capaciteit ingezet op:

  • Woonplaatsonderzoeken van natuurlijke personen.
  • Vestigingsplaatsbepaling van vennootschappen.
  • Informatieverzoeken op basis van internationale uitwisseling (bijv. via CRS of DAC6).
  • Herkwalificatie van structuuronderdelen, zoals houdsters zonder reële economische functie.

De verwachting is dat de handhaving en het toezicht op grensoverschrijdende structuren verder wordt opgevoerd. Daarbij wordt ook gekeken naar het gebruik van cryptoactiva, buitenlandse truststructuren en nominaal bestuur in belastingvriendelijke jurisdicties.

Mogelijke beleidsmaatregelen: trailing tax

In samenhang met deze ontwikkelingen wordt ook gekeken naar beleidsmaatregelen tegen emigratie, waaronder de invoering van een trailing tax voor natuurlijke personen. Daarmee zou Nederland gedurende enkele jaren na emigratie belasting mogen heffen over bepaalde inkomsten, vergelijkbaar met de bestaande conserverende aanslag bij box 2.

Belangrijkste aandachtspunten voor de praktijk

  • Bij emigratie van een vennootschap is de feitelijke leiding doorslaggevend.
  • Drielandenpuntstructuren zijn kwetsbaar als ze geen reële substantiële activiteiten in het buitenland hebben.
  • Alleen formele verplaatsing is niet voldoende – ook de werkelijke besluitvorming en aanwezigheid moeten aantoonbaar buiten Nederland plaatsvinden.
  • Bij dubbele emigratie moet ook de emigratie van de natuurlijke persoon juridisch en feitelijk sluitend zijn: woonplaats, sociale en economische bindingen moeten daadwerkelijk zijn verplaatst.