Ga naar de inhoud

Aanpak ongelijke breukdelige gemeenschappen: fiscus trekt de teugels aan 

In veel relaties wordt gekozen voor huwelijkse voorwaarden of samenlevingscontracten waarbij partners ieder een ander aandeel krijgen in de gemeenschappelijke bezittingen. Bijvoorbeeld: partner A heeft recht op 90% van een woning en partner B op 10%. Deze constructies, ook wel ongelijke breukdelige gemeenschappen, worden steeds vaker ingezet voor fiscale planning. 

De Belastingdienst heeft echter signalen dat deze verdelingen in de praktijk oneigenlijk worden gebruikt om schenk- en erfbelasting te ontlopen. Daarom komt het kabinet met maatregelen om dit gebruik strakker te reguleren. 

1.Wat zijn ongelijke breukdelige gemeenschappen?

Bij een breukdelige gemeenschap delen partners in bezittingen volgens een verdeelsleutel. Dat kan gelijk zijn (50/50), maar ook ongelijk: 90/10, 70/30, enzovoort. 

  • Juridisch is dat toegestaan en komt het voort uit de contractsvrijheid die partners hebben. 
  • Fiscaal wordt echter gekeken of deze constructie reëel is of puur bedoeld om belasting te besparen. 

2.Hoe wordt dit nu gebruikt voor belastingplanning?

Een voorbeeld uit de praktijk: 

  • Partner A brengt een woning van €500.000 in. 
  • Via huwelijkse voorwaarden wordt afgesproken dat partner B recht heeft op 90% van de waarde. 
  • Bij overlijden van partner A gaat dus maar 10% naar de nalatenschap, terwijl partner B in feite een groot deel van de waarde “gratis” heeft gekregen. 

De fiscus ziet dit als een verkapte schenking, maar door de constructie wordt de schenk- of erfbelasting aanzienlijk gedrukt of zelfs helemaal vermeden. 

3.Wat zegt de Hoge Raad?

In recente uitspraken heeft de Hoge Raad ruimte gelaten voor ongelijke breukdelen, zolang deze juridisch juist zijn vastgelegd. Daarmee is de deur opengezet voor fiscaal creatieve constructies. Dit is de directe aanleiding voor de politiek om in te grijpen. 

4.De voorgenomen maatregel

Het kabinet wil wettelijk vastleggen dat: 

  • Bij sterk ongelijke verdelingen van gemeenschappen de fiscus kan aannemen dat er sprake is van een schenking. 
  • Er dus schenkbelasting verschuldigd is, ook al is de constructie juridisch geldig. 
  • De Belastingdienst krijgt meer instrumenten om dit te toetsen en tegen te gaan. 

De bedoeling is dat dit al vanaf 2026 in werking treedt, om verdere “weglek” van belasting te voorkomen. 

5.Wat betekent dit in de praktijk?

  • Voor partners: wie nu kiest voor ongelijke aandelen in gemeenschappelijke bezittingen, loopt het risico dat dit straks direct als schenking wordt aangemerkt. 
  • Voor estate planning: fiscale voordelen van ongelijke breukdelen worden sterk beperkt. Vermogensoverdracht zal vaker via de reguliere vrijstellingen en tarieven moeten lopen. 
  • Voor bestaande contracten: er komt mogelijk overgangsrecht, maar de verwachting is dat de fiscus ook bestaande afspraken kritisch gaat toetsen. 

6.Onze visie

Deze maatregel past in een bredere trend: de overheid wil oneigenlijk gebruik van civielrechtelijke constructies voor belastingbesparing tegengaan. Juridische vrijheid blijft bestaan, maar de fiscale gevolgen worden minder aantrekkelijk gemaakt. 

Voor veel stellen betekent dit dat de praktische waarde van huwelijkse voorwaarden of samenlevingscontracten met ongelijke breukdelen vooral juridisch van belang blijft (bijvoorbeeld bij scheiding), maar dat het fiscale voordeel grotendeels verdwijnt. 

 Conclusie 

Het kabinet gaat paal en perk stellen aan ongelijke breukdelige gemeenschappen als middel om  schenk- en erfbelastingte ontwijken. Vanaf 2026 kan een ongelijke verdeling worden aangemerkt als schenking, met directe belastingheffing tot gevolg. 

Overweegt u huwelijkse voorwaarden of een samenlevingscontract met ongelijke aandelen? Dan is het verstandig om niet alleen juridisch, maar ook fiscaal advies in te winnen. Zo voorkomt u dat uw planning straks door nieuwe wetgeving onderuitgaat.