Ga naar de inhoud

Nieuwe verplichtingen bij btw-suppletie

Wij merken dat veel ondernemers en adviseurs vragen hebben over de recente wijziging in de btw-suppletieplicht. Sinds 1 januari 2025 geldt namelijk een harde wettelijke termijn van 8 weken voor het indienen van een btw-suppletie. Deze nieuwe regel heeft grote gevolgen voor de praktijk. In dit blog leggen wij uit waar deze wijziging vandaan komt, wat de inhoud is van de nieuwe regeling en wat dit betekent voor u als ondernemer of adviseur.

Waarom deze wetswijziging?

Tot voor kort kende de suppletieregeling voor de omzetbelasting een complexe structuur. De oude regeling vereiste dat een belastingplichtige “zo spoedig mogelijk” melding deed van onjuistheden, maar ook “voordat de inspecteur bekend is of kan worden met de fout”. In de praktijk leidde dit tot verwarring: wanneer begint die meldplicht precies? Wat is “zo spoedig mogelijk”?

Een rechtszaak bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant bracht deze onduidelijkheid pijnlijk aan het licht. In deze zaak bleek een onderneming die een klant foutief had gefactureerd (van 0% naar 21% btw) pas een jaar later te suppleren, vanwege betalingsonduidelijkheden. Hoewel de inspecteur een forse boete oplegde, oordeelde de rechter dat deze onterecht was. De rechter vond namelijk dat de ondernemer nog op tijd had gesuppleerd, omdat pas bij het opmaken van de jaarstukken definitief duidelijk werd dat er iets te suppleren viel.

De fiscale prikkel om op tijd te suppleren werd hierdoor in feite onderuitgehaald. De wetgever greep snel in om te voorkomen dat belastingplichtigen op hun handen zouden blijven zitten.

De nieuwe regel: 8 weken suppletietermijn

Per 1 januari 2025 geldt dat een ondernemer verplicht is om binnen 8 weken na constatering van een fout in een eerdere btw-aangifte een suppletie in te dienen. Deze termijn is opgenomen in het vernieuwde artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Omzetbelasting 1968, en kent daarnaast een aparte overtredingsbepaling in artikel 15a.

Let op: deze 8 weken gelden vanaf het moment van constatering, niet vanaf het moment waarop de inspecteur iets weet of zou kunnen weten. Die ‘inkeertermijn’ blijft nog steeds bestaan, maar loopt nu naast de nieuwe harde termijn. Dat betekent dat beide voorwaarden van toepassing zijn.

Met andere woorden: u moet zowel snel handelen (binnen 8 weken) als voorkomen dat de Belastingdienst het eerder ontdekt dan u meldt.

Wanneer begint die termijn van 8 weken?

Een van de grootste uitdagingen in de praktijk is het vaststellen van het moment van constatering. Is dat wanneer u of uw boekhouder de fout ontdekt in de administratie? Of pas wanneer de klant op de hoogte is gesteld? Wat als de fout alleen door de adviseur is gezien, maar nog niet met de ondernemer is gedeeld?

Deze vragen zijn nog niet duidelijk beantwoord in de wet of door de rechter. Wat wij nu al wel kunnen stellen, is dat u liever het zekere voor het onzekere neemt. Stel dat u een fout ontdekt in de boekhouding, dan is het verstandig om dit direct te bespreken met uw adviseur en – indien van toepassing – zo snel mogelijk een suppletie in te dienen.

Wat als u te laat bent?

Het niet tijdig indienen van een suppletie (dus na die 8 weken) maakt u formeel beboetbaar. Volgens de wet kan dan een verzuimboete worden opgelegd, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. In het eindejaarsbesluit 2024 wordt vermeld dat de inspecteur bij de straftoemeting maatwerk moet leveren, zeker in situaties waarin beide termijnen (de inkeertermijn én de 8 weken) tegelijk dreigen te verstrijken.

Toch blijft dit een risico: uit de praktijk blijkt dat de Belastingdienst geneigd is om boetes op te leggen als men het gevoel heeft dat er getreuzeld is. De verwachting is dat de nieuwe regels in de toekomst zullen leiden tot meer duidelijkheid en rechtspraak – maar voor nu geldt: beter te vroeg dan te laat.

Wat is ongewijzigd gebleven?

  • Kleine correcties van maximaal €1.000 hoeven niet via suppletie te worden gemeld. Die mogen nog steeds in de eerstvolgende reguliere aangifte worden verwerkt.
  • De verplichting geldt alleen voor btw-plichtigen, maar raakt in de praktijk vrijwel elke ondernemer.

Overgangsrecht: hoe zit het met 2024?

Is de fout geconstateerd vóór 1 januari 2025? Dan geldt de 8 weken termijn vanaf 1 januari 2025. Dit overgangsrecht was bedoeld om ondernemers nog enige ruimte te geven om te voldoen aan de nieuwe verplichting.

Waarom is deze wijziging belangrijk?

Deze wijziging is niet alleen een administratieve kwestie. Het niet tijdig melden van een fout kan leiden tot forse boetes, vooral als het om grote bedragen gaat. In de genoemde zaak uit de praktijk ging het om een naheffing van meer dan een ton én een betaalverzuimboete van meer dan €5.000.

Voor ons als rechtsbijstandsverleners is het duidelijk: deze wetswijziging verandert de spelregels voor zowel ondernemers als adviseurs. In onze advisering houden wij hier al rekening mee – en dat zouden onze cliënten ook moeten doen.

Tot slot: wat kunt u doen?

Ontdekt u een fout in uw btw-aangifte? Meld dit direct bij ons.
Houd goed bij wanneer u een fout hebt geconstateerd – die datum is cruciaal.
Wacht niet met suppleren tot het moment van aangifte of jaarafsluiting.
Zorg dat u tijdig én correct uw suppletie indient.

Heeft u vragen over de nieuwe suppletieplicht, of wilt u dat wij meekijken met uw situatie? Neem gerust contact met ons op. Wij staan klaar om u bij te staan.